Noor (schuilnaam) uit Libanon is deze week in Nederland voor overleg. Intussen heeft hij tijd om wat te vertellen over de situatie in zijn land. Het gesprek met hem vindt plaats in het gebouw van de Stichting Ismaël in Gouda. De stichting helpt christenen in het Midden-Oosten en steunt ook deze organisatie.
Momenteel is Stichting Ismaël bezig om vijfduizend, op kosten van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS), gedrukte Groot-Letterbijbels te verschepen naar het Midden-Oosten. Directeur Adri Weststrate, juist terug uit het Midden-Oosten, hierover: “Wij steunen al langer kerken in het Midden-Oosten met Bijbels en christelijke lectuur, onder andere de in het Arabisch vertaalde Heidelbergse Catechismus. De nu verzonden Bijbels zijn speciaal bedoeld voor slechtzienden en ouderen die de gewone Bijbel niet kunnen lezen. Ze zijn in Finland gedrukt omdat ze niet in dundruk in het Midden-Oosten geprint worden. Ze zijn bedoeld voor onze partnerkerken in het hele Midden-Oosten.”
Hij deelt mee dat zijn organisatie betrokken is bij plannen voor het printen van een oud Arabisch psalmboek dat niet meer gebruikt wordt. “De gemeenten in het Midden-Oosten zingen gezangen. Ik hoop dat ze weer psalmen gaan zingen.”
“De gemeenten in het Midden-Oosten zingen gezangen. Ik hoop dat ze weer psalmen gaan zingen.”
Hulpverlener Noor is blij met de Bijbels en hij twijfelt er niet aan dat ze goed terecht zullen komen, in Libanon, Syrië en andere landen, waar ze via de kerken daar verspreid worden. Hij wijst op de kansen die er op dit moment zijn met de vele vluchtelingen die uit Beiroet verdreven zijn door de bombardementen van Israël en die zo in christelijke dorpen in Libanon terechtgekomen zijn. “De meeste van hen zijn moslim. Ze komen uit een gebied waar moslims en christenen elkaar wantrouwden en nauwelijks of geen contact hadden. Ze worden nu in christelijke dorpen opgevangen door leden van diverse kerken. Het is verbazingwekkend om te zien wat er gebeurt.”
De hulpverlener vertelt over evangelische presbyteriaanse kerken die, mede gefinancierd door Stichting Ismaël, zorgen voor zo’n 250 gevluchte moslimgezinnen. “Vanuit de kerken krijgen die mensen vouchers ter waarde van 50 dollar, waarmee ze maandelijks basisvoedsel kunnen kopen. Daarnaast geven ze hen Bijbels en vertellen ze het evangelie. Deze christenen zeggen tegen hen: “Wij houden van jullie”. Meer dan honderd moslims zijn de afgelopen maanden christen geworden.”
“Meer dan honderd moslims zijn de afgelopen maanden christen geworden.”
Noor geeft een aantal voorbeelden van bekeringen. Hij noemt een Koerdische man die met zijn familie naar een christelijk dorp gevlucht was. “Die man zei dat hij vroeger een christelijke familie als buren had. Ze waren bang voor hem en hij sprak nooit met hen over het christelijk geloof. De Koerd kwam in de streek Byblos terecht waar hij de naam van Jezus hoorde. Hij merkte dat christenen daar van moslims houden en is christen geworden.”
De Libanees vertelt ook over een man die een jaar of tien geleden in Mekka was tijdens een pelgrimstocht en daar in een visioen een stem hoorde en een kruis zag. “Hij dacht dat het van de satan was. Toen hij recent moest vluchten, zag hij het kruis van het visioen weer en hoorde hij van een prediker wat het betekende. Hij was verrast door de liefde van christenen voor hem en is christen geworden.”
Als derde noemt hij een blinde moslimvrouw in Beiroet die vanwege haar blindheid niet kon vluchten. Een blinde christelijke vrouw bood aan bij haar te komen wonen en haar te helpen. De christelijke vrouw heeft het evangelie met haar gedeeld. Nu gaan ze samen naar de kerk.”
“De christelijke vrouw heeft het evangelie met haar gedeeld. Nu gaan ze samen naar de kerk.”
Noor vraagt om gebed voor christenen en moslims in Libanon opdat nog meer moslims daar het evangelie mogen horen. “Ze hebben Gods Woord nodig en dat God hen de ogen opent.”
Dit artikel schreef RD-correspondent Jan van Reenen en werd geplaatst in het Reformatorisch Dagblad op 17 juni 2026 ~ Fotocredits: RD